In
de Griekse keuken hebben sinds het
verre verleden olijfolie, kruiden, specerijen en wijn een belangrijke
rol gespeeld.
De Grieken kunnen kiezen uit een grote verscheidenheid van
vleessoorten, groenten, vruchten en vissoorten.
Een aantal oude en traditionele gerechten, zoals gegrillde
lamskarbonaden en gestoofd vlees komt men overal in Griekenland tegen.
Lams-, schapen- en geitenvlees wordt meer gegeten dan
rundvlees.
In de verschillende regio's van het vaste land en op de honderden
eilanden vindt men aparte, typisch streekgebonden gerechten, die net zo
verschillend zijn als het Griekse landschap.
Alle Griekse gerechten hebben echter één ding
gemeen: ze zijn eerlijk en oprecht, zonder ingewikkelde
bereidingswijzen en de versheid van de ingrediënten staat
altijd voorop.
Bij een Griekse maaltijd hoort
Griekse wijn: Naoussa, Nemea, Boutari, Kourtaki, Apelia, Calliga, Kouros.
Een typische specialiteit
op wijngebied is
retsina, een
witte wijn met een toevoeging van hars. De harssmaak van retsina kan
men lekker of afschuwelijk vinden. Mocht je hem lekker vinden, dan is
hij de beste begeleider bij een Griekse maaltijd.
Tijdens de vastentijd voor het Griekse Pasen eet men geen vlees, maar
tzatziki, octopus, linzen en bonen, etc.
Maar met Pasen worden de
lammetjes en jonge geitjes geslacht en krijgt men allerlei gerechten
met lams- en geitenvlees.
En in de zomer zijn er volop verse courgettes
en aubergines. (voor de mousaka en de pastitsio)
Bij Kerstmis horen amandelkoekjes, gefrituurde soesjes en cakebrood.